Blog

Digitale soevereiniteit in het DXP-landschap

Daniëlle Ardon18 februari 20264 min read

Waar staat je data?

Politieke spanningen nemen toe en privacyregels worden strenger. Daardoor wordt het belangrijker om te weten waar je data staat.

Ook de herkomst van je technologie telt. Buitenlandse wetgeving kan namelijk invloed hebben op data in Europa. De Amerikaanse CLOUD Act is daar een bekend voorbeeld van.

Digitale infrastructuur staat daarom niet los van internationale ontwikkelingen. Je moet weten waar data wordt verwerkt, welke regels gelden en hoe afhankelijk je bent van leveranciers.

De keuze voor een Digital Experience Platform speelt daarin een belangrijke rol.

Een DXP-keuze gaat verder dan functionaliteit

Bij de selectie van een DXP kijk je vaak eerst naar functies, zoals:

  • personalisatie;
  • contentbeheer;
  • ondersteuning voor meerdere kanalen;
  • koppelingen met andere systemen.

Dat is logisch. Je wilt een platform dat past bij je organisatie.

Toch bepaalt een DXP meer dan alleen wat je kunt bouwen. Het platform verwerkt data, koppelt met belangrijke systemen en ondersteunt vaak primaire processen.

Daarom is ook de architectuur van belang.

Kun je zelf bepalen waar het platform draait? Kun je van cloudprovider wisselen? En kun je migreren wanneer dat nodig is?

Digitale soevereiniteit begint bij die ruimte om zelf te kiezen.

Volledige SaaS-afhankelijkheid beperkt je vrijheid

Veel DXP-leveranciers bieden hun platform alleen nog als Software as a Service.

Dat heeft voordelen. De leverancier beheert het platform en verzorgt updates. Tegelijk lever je een deel van de controle in.

De leverancier bepaalt vaak:

  • waar het platform draait;
  • hoe prijzen zich ontwikkelen;
  • wanneer updates plaatsvinden;
  • welke technische keuzes mogelijk zijn.

Ook een overstap kan ingewikkeld en kostbaar worden. Zo ontstaat een sterke afhankelijkheid van één leverancier.

In een stabiele markt hoeft dat geen probleem te zijn. Bij veranderende wetgeving of internationale spanningen kan het je bewegingsruimte beperken.

Liferay geeft organisaties meer regie

Liferay ondersteunt al jaren installaties binnen de eigen infrastructuur van een organisatie.

Je bepaalt daardoor zelf waar het platform draait en hoe je het beheert.

Dat biedt onder meer:

  • controle over hosting en data;
  • invloed op beveiliging en compliance;
  • vrijheid in het releasebeleid;
  • toegang tot professionele ondersteuning.

Liferay heeft bovendien een open-sourcebasis. De broncode is inzichtelijk en het platform ondersteunt open standaarden.

Dat maakt de architectuur transparanter en beter aanpasbaar. Ook verklein je de afhankelijkheid van één gesloten ecosysteem.

Open source biedt geen volledige onafhankelijkheid. Het geeft je wel meer mogelijkheden om zelf te sturen.

Cloud-native werken met behoud van controle

Naast installaties in eigen beheer biedt Liferay ook een cloud-native aanpak.

Je host het platform in een omgeving naar keuze. Daarbij gebruik je een toolkit van Liferay op basis van Kubernetes.

Deze toolkit ondersteunt onder meer:

  • geautomatiseerde implementaties;
  • schaalbaarheid;
  • beheer van omgevingen;
  • gecontroleerde updates.

Liferay biedt ondersteuning op de toolkit. Zo combineer je moderne cloudtechnologie met eigen regie.

Je profiteert van:

  • vrijheid in hosting;
  • schaalbare infrastructuur;
  • ondersteuning van de leverancier;
  • controle over data en beheer.

Een verplaatsbare architectuur vergroot je wendbaarheid

Kubernetes maakt het mogelijk om toepassingen op een gestandaardiseerde manier te beheren.

Daardoor kun je:

  • automatisch opschalen bij piekbelasting;
  • verschillende cloudproviders gebruiken;
  • eigen beveiligingseisen toepassen;
  • gecontroleerd nieuwe versies uitrollen;
  • omgevingen eenvoudiger verplaatsen.

De gekozen inrichting blijft daarbij belangrijk. Technologie alleen voorkomt geen afhankelijkheid.

Een goed ontworpen architectuur maakt een overstap wel beter uitvoerbaar. Dat vergroot de wendbaarheid van je organisatie.

Kies niet alleen voor vandaag

Een DXP gebruik je vaak meerdere jaren. Daarom moet het platform niet alleen voldoen aan de huidige wensen.

Het moet ook ruimte bieden voor nieuwe keuzes.

Een volledig SaaS-model legt veel onderdelen vooraf vast. Een zelfbeheerde of cloud-native inrichting geeft vaak meer invloed op data, infrastructuur en beleid.

Liferay combineert een open-sourcebasis met verschillende mogelijkheden voor hosting en beheer. Daardoor kun je de inrichting beter afstemmen op je cloudstrategie en governance.

Digitale soevereiniteit vraagt niet om één vaste technische oplossing. Het vraagt om bewuste keuzes en een architectuur die verandering mogelijk maakt.

Breng je keuzes vroeg in kaart

Werk je aan een nieuw DXP of vervang je een bestaand platform? Toets de architectuur dan vroeg aan je cloudstrategie en governancekaders.

Breng bijvoorbeeld in kaart:

  • waar data staat;
  • welke wetgeving van toepassing is;
  • hoe afhankelijk je bent van leveranciers;
  • welke migratiemogelijkheden bestaan;
  • hoeveel controle je zelf wilt houden.

Finalist denkt graag mee over een DXP-aanpak die past bij je organisatie. Zo krijg je vroeg inzicht in de gevolgen van je keuzes.